De theorie van het songschrijven in de praktijk: 'Ernstig en Onrustig'

Al die theorie is wel leuk, maar wat hebben we er eigenlijk in de praktijk aan? Nou, het kan je uitstekend helpen bij het uitzoeken van nummers. Onder het 'uitzoeken van nummers' versta ik het uitvinden van de akkoorden die voorbij komen. Het doel hiervan is zo'n song zelf te kunnen spelen. Let wel: ik heb het hier niet direkt over de arrangementen van een nummer. Het gaat louter en alleen om in staat te zijn jezelf of anderen ritmisch te begeleiden op slaggitaar. Als je dat eenmaal onder de knie hebt, kun je verder gaan en je favoriete gitaar-loopjes, bass-riffs en piano-riedeltjes noot voor noot uitvinden.

Toch begin ik zelf wel altijd met losse noten. In eerste instantie is het namelijk belangrijk te weten te komen in wat voor toonsoort het nummer geschreven is. Aan de hand van de toonsoort kunnen we namelijk - zo hebben we net geleerd - een reeks akkoorden afleiden. Als we die reeks hebben, is het vervolgens mogelijk zonder al te veel moeite het nummer ruwweg in akkoorden op papier te krijgen.
Dit klinkt wel gemakkelijker dan het is, voor diegene die - nog - geen muzikaal gehoor ontwikkeld heeft. Een muzikaal gehoor houdt hier in dat je hoort welke grondtoon er gespeeld wordt en deze ook op je gitaar kunt vinden en reproduceren.
Regel 1 is dus: zorg dat je gitaar gestemd staat! (in concertstemming: EenAapDieGeleBananenEet)
Regel 2: ga in direkt bereik van je cd speler zitten, zodat je direkt terug kunt luisteren wat je hebt uitgevonden.

Goed. In front of my aaimek ga ik nu en public proberen het eerste deel van 'Ernstig en Onrustig' uit te zoeken. Dit betekent niet dat ik hier goed in ben en dus alles wat hieronder staat klopt. Het heeft mij enige jaren gekost voordat ik een beetje zeker was van mijn eigen gehoor, maar 100% ben ik nog steeds niet, ondanks het optimisme van mijn leraar die een jazz-gitarist van mij wilde maken :-).

Met E&O in de speler probeer ik in eerste instantie mee te spelen op de lage E-snaar (die het dichtst bij je hoofd zit).
De volgende frets komen in aanmerking: 1, 3, 6 en 10. Inmiddels weet ik het uit mijn hoofd, maar in dit schema valt zien welke noten dit zijn. Volgorde van laag naar hoog:

0 = E (los)
1 = f
2 = fis/ges
3 = g
4 = gis/as
5 = a
6 = ais/bes
7 = b
8 = c
9 = cis/des
10 = d
11 = dis/es
12 = e
13 = f
14 = fis/ges
15 = g
enz.

Een paar minuten heen en weer spoelen levert aldus de volgende noten op:
f, g, a, bes, c
en met het refrein erbij hoor ik ook nog eens: e, es, ...
Schrijf dit op.

Aan de hand van de rekensom die we geleerd hebben probeer ik nu de toonsoort te bepalen.

Onze westerse muziek is gebaseerd op toonladders. Een toonladder is een
reeks van acht tonen met vaste afstanden daartussen.
Iedereen kent do-re-mi-fa-sol-la-si-do. In het geval van deze ladder zijn de
toonsafstanden als volgt: (ill. 1)

Op de gitaarhals kun je dit heel eenvoudig zien, op een snaar. De hele
afstand is twee frets, de halve is een fret. Probeer het maar eens.

We gaan uiteraard uit van de eerste ladder (doremi). Aan de hand van de toonsafstanden hiervan en de noten die we hebben uitgevonden bepalen we in welke toonsoort het nummer staat.

Zou het in C staan, dan waren de noten en afstanden de volgende:
c - - d - - e - f - - g - - a - - b - c
(waarbij een liggend streepje een afstand (=fret!) voorstelt.

In dit geval lijkt het nummer echter in toonsoort F te staan:
f - - g - - a - bes - - c - - d - - e - f

Slimme opletters zullen vragen: what about die es, en hoor ik ergens nou ook nog een des?

Jaa eeeh... we gaan nu NIET moeilijk doen ja!

Nee, zonder gekheid: 90 procent van de popmuziek bestaat uit een beperkt aantal toonsoorten, met C en G wel als kampioenen. F, A, Bes.... Met gitaar heb je een beperkt aantal mogelijkheden. In principe kan er alles op, maar dat kost nogal wat vingergymnastiek en niet iedere gitaar/gitarist is zo goed dat overal alles goed klinkt.
Regel 3 is dus: niet moeilijk doen in de rock'n roll.

Terug naar de theorie. Als het nummer in toonsoort F staat, kunnen we opschrijven uit welke akkoorden het kan bestaan:

F majeur
G mineur
A mineur
Bes majeur
C majeur
D mineur verminderd
E mineur

Nu we dit weten, pakken we de cd er weer bij en op de plekken waar we de grondtonen hoorden, spelen we nu deze akkoorden barré (grondtoon op E-snaar) en luisteren of ze niet vloeken met de rest.

Gm.... F.... Gm.... Bb-C

Klinkt best redelijk in het couplet, don't you think?

De gitaarakkoorden die we gebruiken zijn schuifakkoorden. Je vingers kunnen hierbij maar in twee posities staan: mineur of majeur. Dit verschil zit 'm slechts in 1 vinger die los of vast staat. De grondtoon van het akkoord bepaal je door te schuiven. Waar je platte wijsvinger de bovenste snaar indrukt, is de grondtoon.

Zo zie je dus dat je, zodra je de grondtonen op de lage E-snaar hebt uitgevonden, je in wezen meteen kunt proberen of het een mineur of majeur akkoord is. Het scheelt immers maar 1 vinger! Ook een weg om de toonsoort te berekenen.

Nadeel: sneller kramp (bij mij althans).
Uiteraard kun je veel akkoorden ook zonder barré greep spelen. Dit kun je doen als je het nummer hebt uitgezocht. Soms klinkt het beter, vaak niet. Frank gebruikt ze heel veel, let maar eens op 'm tijdens een concert. Er zit dus niks anders op dan ze onder de knie te krijgen.

Het volgende dat je doet, is de tekst uitschrijven en daarna boven iedere lettergreep waar je een akoordwisseling hoort, het nieuwe akkoord schrijven.
In het E&O geval is het meer een ritme van akkoorden met de zang eroverheen. Je moet a.h.w. gevoel voor de 'groove' krijgen, een beetje als de Blues.

intro: Gm F Gm Bb-C

je bent toch niet veranderd
ik wou dat het waar was
veranderen
gaat maar even goed

Als je ook nog een beetje piano kunt spelen klinkt het natuurlijk beter, aangezien die de akkoordpartij speelt. Pianospelen kan ik niet, proberen wel: . Pianisten onder u zullen fronsen, maar ik probeer dezelfde akkoorden aan te houden als op de gitaar.

Het couplet hebben we. Maar nu het refrein. En daar begint het wat te wringen. as... es... zucht... hier klopt niks meer...
Wat is hier aan de hand? Nou, het refrein lijkt in een andere toonsoort te staan! We komen ineens noten tegen die niet in toonsoort F passen.

Maar een toonsoort is geen vast gegeven. Het staat muzikanten natuurlijk vrij om een nootje hoger te gaan met alles. Een mooi duidelijk voorbeeld hiervan is 'Me and Bobby Mcgee ' van Janis Joplin. Het tweede refrein zingt ze hoger dan het eerste, maar de toonsafstanden blijven in wezen gelijk.

En dat is ook wat hier gebeurt en ik heb nu al spijt dat ik dit nummer geprikt heb als voorbeeld. Met de piano als hulpje kom ik op het volgende loopje: e - d - a - c - bes, bes - des -
Maar duidelijker wordt het er niet op... bedankt Ger met je WowWow pedaal... grrrr...

Dit heb ik nu altijd als ik een nummer uitzoek. Het couplet verloopt prima, tot ik aan het refrein toe ben. Het beste is de boel gewoon aan de kant te schuiven en iets anders te gaan doen. Een dag later hoorde ik ineens een Dm akkoord in het refrein. Verder meende ik ook een Bes te herkennen, met of zonder extraatjes.

Zo kun je dus uren zitten klooien...

Suc6,

MacMiep